De paarden Een ijslander is een gangenpaard en beschikt hierdoor niet alleen over de basisgangen stap, draf en galop, maar heeft één of twee extra gangen. Deze twee speciale gangen heten de tölt en de telgang. De voetvolgorde van tölt is gelijk aan die van stap. Het verschil zit echter in het optillen en neerzetten van de hoeven. Gevolg hiervan is, dat het paard in stap afwisselend op twee of op drie benen staat en in tölt op twee benen of op één been tegelijk steunt. Een IJslands paard kan in tölt verschillende tempo's lopen; dit varieert van een langzame draf tot een flinke galop. Doordat er in tölt geen zweefmoment bestaat, zoals in galop, ervaart de ruiter ook nooit (onaangename) opwaartse bewegingen en kan men ontspannen in het zadel blijven zitten. In de telgang beweegt de IJslander de twee benen aan één kant tegelijk. Dus eerst gaan het linker achter- en voorbeen tegelijk naar voren, dan het rechter achter- en voorbeen. Daartussen is een zweefmoment: alle vier de benen zijn even los van de grond. In deze gang kan de IJslander erg hard gaan. We hebben op dit moment 16 paarden, we stellen ze even kort aan u voor in dit menu.
© Myrthe Scholte